Schietkatoenmagazijn

Het duurde tot 1893 voordat er op Bastion V een tweede magazijn werd gebouwd. Het was bedoeld voor de opslag van een nieuwe generatie explosieven: het krachtige schietkatoen. Dit was in 1884 ontwikkeld en had cellulose als grondstof. Het werd grotendeels uit katoen verkregen en na een behandeling met salpeter en zwavelzuur in nitrocellulose ofwel schietkatoen omgezet. Het hierdoor verkregen explosief bleek een revolutie in oorlogsvoering. Het was ruim drie keer zo krachtig als traditioneel buskruit, zodat er een veel groter bereik mogelijk was. Het schietkatoen miste bovendien de hinderlijke kruitdampen en rookgassen die na het afvuren van buskruit rond een kanon bleven hangen, zodat er langduriger kon worden geschoten.

Tussen 1890 en 1891 onderhandelden het Departement van Marine en het Ministerie van Oorlog over de opslag van de voorraden schietkatoen die zowel het leger als de zeemacht gebruikten voor hun torpedodiensten. Torpedos waren zeemijnen, die in tijden van oorlog werden aangewend om zeegaten en havens tegen vijandelijke schepen te beschermen. Het Ministerie van Oorlog stond toe dat het schietkatoen van de marine (circa 1400 kg) voorlopig werd ondergebracht in het bomvrij wachthuis in Bastion VIII. Dit werd echter als een te klein en ongeschikt gebouw bevonden, zodat er in onderling overleg een nieuw magazijn werd gebouwd in Bastion V. Dit werd in 1893 opgeleverd en deed tot omstreeks 1933 dienst.